Terug naar overzicht

Paulus en Silas in Filippi

Deze content is alleen beschikbaar nadat u cookies heeft geaccepteerd.

Handelingen 16:29-31

En toen hij om licht gevraagd had, sprong hij naar binnen en begon erg te beven, en hij viel voor Paulus en Silas neer; en hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om zalig te worden? En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten. 

Volledige bijbeltekst

Handelingen 16 vers 16 tot en met 34.

16 En het gebeurde toen wij naar de plaats van het gebed gingen, dat een zekere slavin die een waarzeggende geest had, ons tegemoetkwam. Zij verschafte haar meesters veel inkomsten met waarzeggen.
17 Zij liep achter Paulus en ons aan en riep voortdurend: Deze mensen zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen
18 En dat deed zij vele dagen lang. Maar Paulus, die zich daaraan ergerde, keerde zich om en zei tegen de geest: Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan!
En hij ging op hetzelfde moment uit haar weg.
19 Toen haar meesters zagen dat hun hoop op inkomsten verdwenen was, grepen zij Paulus en Silas en sleurden hen mee naar de markt, voor de stadsbestuurders.
20 En nadat zij hen naar de magistraten gebracht hadden, zeiden zij: Deze mensen verstoren de orde in onze stad. Het zijn namelijk Joden,
21 en zij verkondigen gewoonten die wij niet mogen aannemen en ook niet mogen naleven, omdat wij Romeinen zijn.
22 En de menigte kwam als één man tegen hen in verzet. En de magistraten rukten hun de kleren af en gaven bevel hen met stokken te slaan.
23 En nadat zij hun veel slagen toegediend hadden, wierpen zij hen in de gevangenis en geboden de cipier hen zorgvuldig te bewaken.
24 En toen hij dat bevel gekregen had, wierp hij hen in de binnenste kerker en zette hij hun voeten vast in het blok.
25 En omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen.
26 En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de gevangenis bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los.
27 En de cipier, die wakker geworden was en zag dat de deuren van de gevangenis open waren, trok een zwaard en zou zichzelf gedood hebben, omdat hij dacht dat de gevangenen ontvlucht waren.
28 Paulus riep echter met luide stem: Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allemaal hier.
29 En toen hij om licht gevraagd had, sprong hij naar binnen en begon erg te beven, en hij viel voor Paulus en Silas neer;
30 en hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om zalig te worden?
31 En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.
32 En zij spraken het Woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren.
33 En hij nam hen in dat nachtelijke uur met zich mee en waste hun striemen, en hij werd onmiddellijk gedoopt, en al de zijnen.
34 En hij bracht hen in zijn huis en richtte voor hen de tafel aan. En hij verheugde zich dat hij met al zijn huisgenoten tot geloof in God gekomen was.

Uitleg bij dit schilderij

Deze content is alleen beschikbaar nadat u cookies heeft geaccepteerd.
Door middel van een visioen leidt de Heilige Geest Paulus, Silas, Timotheüs en Lukas vanuit Klein Azië (nu Turkije) naar Macedonië (nu Griekenland). Via de haven van Neapolis gaan ze naar Filippi. Filippi is de eerste Europese stad waar Paulus het evangelie verkondigt. Dit doet hij gedurende vele dagen. Maar de satan zorgt voor tegenstand. Als gevolg van een valse beschuldiging worden Paulus en Silas de kleren van het lijf gerukt, met stokken geslagen en onverhoord in de gevangenis geworpen. De cipier werpt hen in de binnenste kerker, en zet hun voeten bovendien vast in het blok.
Omstreeks middernacht bidden Paulus en Silas en zingen lofzangen voor God. ‘Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen.’ (1 Petrus 4 vers 13)
Plotseling vindt er een grote aardbeving plaats. De boeien van alle gevangenen raken los.
‘De HEERE maakt de gevangenen los.’ (Psalm 146 vers 7)
De cipier, die denkt dat alle gevangenen gevlucht zijn, trekt een zwaard en wil zichzelf doden. ‘Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allemaal hier’, roept Paulus.
De cipier vraagt om een lamp, springt in de kerker (waarschijnlijk via een gat in de bovenliggende vloer) en valt bevend voor de voeten van Paulus en Silas. Hij brengt hen naar buiten en vraagt: ‘Heren, wat moet ik doen om zalig te worden?’ De woorden ‘zalig worden’ betekenen in dit verband: geestelijk gered, behouden, verlost te worden door God, en het eeuwige leven ontvangen. Waarschijnlijk had de cipier eerder al opgevangen dat Paulus en zijn metgezellen een weg naar de zaligheid kwamen verkondigen. Zij antwoorden: ‘Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten’. Vervolgens geven ze verdere uitleg: En zij spraken het Woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren.
De cipier gelooft het evangelie. Zijn geloof en dankbaarheid blijken uit het feit dat hij vervolgens de striemen van Paulus en Silas wast. Daarna worden hij en zijn huisgenoten onmiddellijk gedoopt en wordt een maaltijd aangericht.

‘Houd in gedachten dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het nageslacht van David, overeenkomstig mijn Evangelie. Daarvoor lijd ik verdrukkingen en draag zelfs boeien als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet gebonden. Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid in Christus Jezus zouden verkrijgen, met eeuwige heerlijkheid.' (2 Timotheüs 2 vers 8 tot 10.)

Stel een vraag over dit schilderij

{{ errors.first("field_10") }}
{{ errors.first("field_11") }}
{{ errors.first("field_12") }}
{{ errors.first("privacy") }}
Download gratis de afbeelding